De West Highland Way: 154 km door Schotse wildernis

De West Highland Way: 154 km door Schotse wildernis


Jul 11, 2019

Vrij impulsief boeken we onze tickets naar Glasgow, om 154 kilometer te wandelen door de Schotse Hooglanden. Twee meiden zonder richtingsgevoel, twee topzware rugzakken en acht dagen in de uitgestrekte wildernis… als dat maar goed komt!

Ik word wakker van een ratelend geluid dat ik niet thuis kan brengen. Het klinkt vlakbij, dus ik rits de tent open. Vanaf een heuveltje kijkt een korhoen mij verbaasd aan. Op de achtergrond de majestueuze bergen van de beroemde Glencoe vallei, deels nog bedekt met een laag sneeuw. Die vogel zal ook wel denken: wat doet iemand met deze temperaturen in een tent? Mijn jas zit vastgevroren aan de buitentent en mijn adem maakt wolkjes in de koude lucht. Even later zitten we aan ons havermoutontbijt, in een stilte waarin we alleen het water in het beekje achter ons horen stromen. We bereiden ons voor op het oversteken van een heuvelrug, waarachter nog ruiger terrein op ons wacht. 

Samen met mijn beste vriendin Yoshi loop ik de West Highland Way in Schotland. Deze 154 kilometer lange, gemarkeerde wandelroute brengt ons van Glasgow naar het noordelijker gelegen Fort William. We lopen over boerenland, oevers van lochs, uitgestrekte veengebieden en bergpassen. Het geeft een goed beeld van wat de Schotse Hooglanden voor moois te bieden hebben. Omdat dit onze eerste langeafstand wandeling is en we niet getraind hebben, lopen we de route in acht dagen. Gemiddeld 19 kilometer per dag met een zware rugzak op over heuvelachtig terrein blijkt voldoende uitdagend. 

Vanuit Glasgow nemen we de trein naar een nabijgelegen dorpje, Milngavie, waar de route officieel begint. Er staan een wegwijzer, een standbeeld en een megagroot bord, maar daar lopen we pal aan voorbij… Even later staan we met onze grote backpacks midden op het dorpsplein verdwaasd om ons heen te kijken. Waar ís dat startpunt dan?! Eenmaal op de route lachen we hier hard om, dit soort situaties zijn typisch voor onze uitjes samen. 

We lopen door een park, tussen boerenweilanden en langs een klein loch (meertje). Dit deel van de route doet denken aan een Gronings landschap maar dan met heuvels. Het ruikt hier naar koeienpoep en er rijden trekkers over het land. We hebben het zwaar: we zijn niet gewend om met 18 kilo op onze rug heuvel op en af te lopen, en in de middag lopen we in stilte met een afstand tussen ons. Gewoon één voet voor de ander blijven zetten, doorbijten en proberen te genieten van de omgeving. Dat het weer onderweg opeens omslaat, helpt niet echt mee. De regen slaat dankzij de tegenwind keihard in ons gezicht. Na wat voelt als een oneindig lange asfaltweg met heggen die het uitzicht benemen, zie ik Yoshi met haar armen zwaaien. We hebben ‘Drymen Campsite’ gevonden. 

 

Met stijve spieren, maar opnieuw gemotiveerd, kruipen we na een nacht diep slapen de tent uit. Al snel lopen we weer langs vaalgroene weilanden vol met schapen met witte wol en zwarte koppen. Ze hebben lammetjes die zo uit een kinderboek lijken te komen, zo schattig. Ze staan dicht bij hun moeders en kijken ons verschikt aan. De regen tikt ritmisch op de capuchon van mijn regenjas terwijl we door de groene heuvels slingeren. De donkere wolken schuiven over de bruingroene heuvels in de verte, wat het landschap iets ruigs en onherbergzaams geeft. Als we die heuvels bereiken is het tijd voor de beklimming van de eerste heuvel op de route: Conic Hill. Slechts 40 meter hoger dan de Vaalserberg, maar met veel beter uitzicht onderweg. Vanaf de top zien we een groot blauw wateroppervlak: Loch Lomond, met daar omheen roodbruin gekleurde bergen. Aan die kant van de heuvel geen weilanden meer, maar heuvels bedenkt met roodbruine heide en geel gras. Er staat een stevige wind die onze kleding en haren alle kanten op doet waaien. Zo uitkijkend over het landschap voel me alsof ik op een 4000m hoge Alp sta: on top of the world! 

Dan is het tijd om af te dalen naar Loch Lomond en het pad langs haar oever te volgen. Afwisselend lopen we door nog kaal loofbos, door naaldbos en over kiezelstranden. De vogels zingen, het water klotst tegen de oever, en onze voetstappen klinken ritmisch op het grindpad. Verder is het stil. We besluiten op zo’n fijn stukje te kamperen en zitten tot zonsondergang warm ingepakt in onze slaapzakken op een kiezelstrand over het loch uit te kijken.  

De hele derde dag van ons avontuur lopen we langs de oever van het loch. Het pad is hier soms supersmal, met steile stukken en stenen en boomwortels die onze opperste concentratie vragen. We noemen het gekscherend een ‘geitenpad’, en komen even later wilde geiten tegen die inderdaad met meer gemak heuvel op en af klauteren. Al die fysieke inspanning vraagt veel van onze lichamen, en we hebben continu een hongergevoel. Zo’n hongergevoel dat je voelt bij elke stap die je zet. Een hotelreceptioniste vertelt ons dat er in het volgende dorp een supermarktje zit. Blij besluiten we in onze lunchpauze de geplande lunch voor die dag én het avondeten voor de volgende dag op te eten. Kale pasta met tomatensaus is hier als een feestmaal. Als drie passerende bouwvakkers ons na het chocolade-toetje vertellen dat er in het volgende dorp geen supermarkt is, neemt ons enthousiasme over ons eetfestijn hard af. Oeps. Er zit niets anders op dan doorlopen en op rantsoen. Uren later staan de mannen ons op het pad op te wachten, met mandarijnen, Snickers, noten en noedels in hun handen. Voor ons, omdat ze niet willen dat we met honger door de heuvels lopen. Als we na nog meer klauteren over smalle paadjes bij zonsondergang noedels eten met uitzicht over loch, zijn we intens dankbaar voor dit onbaatzuchtige gebaar.

De volgende dag word ik gewekt door de roep van een koekoek over het loch. Tijdens het ontbijt kijken we uit over het kalme, door bergen omringde meer. Een scene die zo uit een slaapmuziekvideo op YouTube kan komen. We lopen verder in noordelijke richting, weg van het loch en de heuvels in. De gehele dag heb ik ‘Dag Sinterklaasje’ in mijn hoofd, misschien is dat wat een digital detox met me doet. De Schotse volksmuziek in een pub in het volgende dorp is dan ook een verademing. Zwarte muren, kaarsen en lantaarns, opgezette dieren en oude schilderijen, er hangt hier een spookachtig sfeertje. Alsof je 300 jaar terug in de tijd bent gestapt, en volgens de routegids is er sinds die tijd inderdaad weinig veranderd. De ober loopt rond in een kilt en is supervriendelijk. Hij plukt zelfs een narcis uit een boeket, hangt deze aan mijn tas en zegt: ‘Your lucky charm.’ 

 

De rest van de dag lopen we over een breed pad door open, ruig landschap in vele tinten groen, geel en bruin. Aan het eind van de dag wijken we wat van de route af, naar een supermarkt in het dal. We hebben geen puf meer om de berg weer op te lopen en zetten onze tent op in een nabijgelegen veld. Onze tent staat aan een rivier met hoge oevers, links gaat de zon langzaam onder en rechts staat een indrukwekkend hoge berg met besneeuwde top. Aan de overkant van de rivier lopen koeien met kalfjes die volgens ons misschien diezelfde dag nog geboren zijn, zó klein en schattig. We genieten volop, in onze pyjama’s voor de tent, en Yos stuurt heel blij een foto van ons uitzicht inclusief koeien naar huis. Maar dan komt de eerste moederkoe door de rivier en hup, recht de steile oever bij onze tent op. En dan volgt ook ‘gezellig’ de rest. Mijn moederkoeienradar slaat meteen alarm, als klein meisje ben ik achternagezeten door een kwade koeienmoeder, dus ik prop als een razende al onze spullen los in de tas. We hollen het weiland uit terwijl de koeien onze voormalige kampeerplek bereiken. ‘Mieren zeker?’ vraagt een echtpaar in een camper dat ons plots zag opbreken en hollen. Uhm nee, iets groter gevaar. Er blijkt geen accommodatie meer beschikbaar te zijn voor de nacht en we mogen officieel niet kamperen op het grasveld voor het politiebureau. Het is al bijna donker en we hebben geen alternatief, dus we zetten ons tent toch maar daar op. Inmiddels komt het met bakken uit de lucht en zowel wij als de tent en onze spullen worden kletsnat. Dan verschijnt er een man, die ons meeneemt naar de caravan op zijn oprit, waar hij de kachel al voor ons aangezet heeft. Daar mogen we die nacht wel slapen, hij was zelf ooit ook een backpacker en weet hoe we dit zullen waarderen. Ik huil en moet me echt beheersen om hem geen supernatte knuffel te geven. 

We beginnen de volgende dag langzaam, het voelt zo goed om bij een kachel te zitten na al die koude ochtenden. Uiteindelijk kunnen we elkaar motiveren terug bergop naar de WHW lopen. Vanaf het pad kijken we uit over het dal met bergen die na de vorige nacht nog wittere toppen hebben. Dit zijn plekken waar je niet met de auto komt, en uitzichten die we nog meer waarderen nadat we er een eind voor omhoog gelopen zijn. Bij elke bocht die we nemen en elke heuvel die we beklimmen hebben we een heel nieuw uitzicht. 
Halverwege deze etappe steken we een rivier over en lopen we een tijdje door een frisgroen, vruchtbaar dal met honderden schattige lammetjes. Sommige zijn net geboren, anderen zien we hun eerste voorzichtige stappen zetten. Er komt een flinke regenwolk het dal binnenrollen, en veel lammetjes beginnen hun leven met een koude douche: welkom in Schotland! Slingerend door de heuvels en langs kleine lochs lopen we naar het volgende dorpje, waar we een plek op een camping boeken. Na vijf dagen niet douchen geniet ik meer dan ooit van het warme water dat over mijn huid stroomt en het gevoel van fris gewassen haar. 

 

De volgende dag begint met een laag ijs op de tent, maar is verder zonnig, droog en relatief warm. We lopen over een oude militaire weg door een lang dal. De afwisseling van blauwe lucht en wolken zorgt voor een prachtig schaduwspel op de heuvels. De autoweg loopt een stuk lager in het dal, maar het voelt alsof we alleen op dit stukje van de wereld zijn. Zoals in de routegids al beschreven stond: de route wordt naar het noorden toe steeds mooier. De toppen worden hoger en witter, de dalen ruiger. In de zon ruikt het gras naar lente en we genieten van de zon op ons gezicht. We voelen ons superfit na onze rustdag, en zijn nog niet moe als we na 16 kilometer over de militaire weg op ons geplande eindpunt van die dag aankomen. We kijken elkaar aan en aan de schittering in Yoshi’s ogen zie ik dat zij hetzelfde denkt als ik: doorlopen! Nog ‘even’ 16 kilometer erbij, zo aan het eind van de dag, dat kunnen wij wel, toch? 

Al snel blijkt dat we onszelf lichtelijk overschatten... Het pad bestaat uit een soort kinderkopjes en onze voeten vouwen daardoor in alle richtingen. Alsof onze spieren het daar nog niet zwaar genoeg mee hebben, daalt en stijgt het pad ook continu een beetje. We vergeten de pijn bijna als we om ons heen kijken. 130 vierkante kilometer met alleen veen, water en her en der wat dennenbosjes. En dat alles omgeven door bergen waar de zon haar laatste stralen op laat vallen. Absolute stilte, zelfs geen vogelgeroep. Wij lopen in de avondzon, en ik probeer me voor te stellen hoe de vroegere veedrijvers zich gevoeld moesten hebben als het hier mistig of besneeuwd was. Ik voel me nietig, in dit landschap ben je als mens echt helemaal overgeleverd aan de elementen. Je kunt niet schuilen tegen zon, regen, of sneeuw, want de enige bosjes staan een eind van het pad in het veen. 
Vlak voor zonsondergang, zo’n 15 kilometer verderop, strompelen we het dal Glencoe binnen. Ik voel uitputting in spieren waarvan ik niet eens wist dat ik ze had. We praten al een dik uur niet meer met elkaar, er komt alleen af en toe een niet-zo-netjes woord uit. Op één of andere manier lukt het ons toch om de tent op te zetten en wat eten te maken, voordat we als een blok in slaap vallen. Onze wildkampeerburen zeggen de volgende dag tegen ons: ‘We dachten: die hebben óf knallende ruzie gehad óf ze zijn echt he-le-maal kapot’. 

 

De volgende ochtend word ik vroeg gewekt door een korhoen die zijn territorium kenbaar maakt vanaf een heuveltopje naast onze tent. Er ligt een laag ijs op de tent en de lucht voelt ijl aan. Ik kom als een stijve plank de tent uit en kan bijna niet rechtop staan van de spierpijn. Na een ontbijt met uitzicht over Glencoe lopen we verder het dal in. Deze vallei is bekend uit Schotse films en series, en je voelt je alsof je Outlander binnengestapt bent. Na een aantal kilometers buigt de WHW van Glencoe af en nemen we een gravelpad heuvel op. Deze klim staat bekend als ‘the Devil’s staircase’ (de trap van de duivel), en loopt zigzaggend steil bergopwaarts. Zijn naam heeft hij gekregen van de militairen die hem moesten aanleggen, wat mij inderdaad een hels karwei lijkt.

Eenmaal boven lopen we een regengordijn in, waardoor we het uitzicht over de achterliggende vallei mislopen. Urenlang lopen we in de regen, waarbij we af en toe glimpen opvangen van de uitgestrektheid van de vallei waar we doorheen lopen. Mijn pijnlijke blaren zijn inmiddels zo groot dat ik niet weet of ik nog een dag kan lopen. Een aardige campingbuurman, door zijn maatje ‘de blarenexpert’ genoemd, tapet mijn beide voeten in. 

En dan breekt al veel te snel de laatste dag van ons avontuur aan. We beginnen de dag met ochtendgymnastiek: steil heuvelopwaarts de Lairigmor pas in. Het is een feestdag en we moeten de route delen met vele vriendelijke dagwandelaars. We zijn gewend het hele pad voor ons alleen te hebben en voelen ons nu wat overweldigd. De zon schijnt, maar de warmte gaat verloren door de ijskoude wind die door de pas giert. We nemen pas pauze als we een ruïne vinden die beschutting biedt. Eenmaal uit de wind beseffen we pas wat een lawaai die wind eigenlijk maakt. We lopen nog een paar uur verder door de pas, tussen heuvels met steile bergwanden tot we aan het eind de hoogste berg van Schotland voor ons zien opdoemen. Ben Nevis, 1.345 meter hoog, een witte top onder een blauwe lucht. Hoe dichterbij we komen, hoe harder de wind waait. Mijn wandelstokken krijg ik niet eens meer naar de grond, die waaien vrijwel horizontaal. Schotland neemt in stijl afscheid: regen, zon, keiharde wind en in de beschutting absolute stilte. Na nog een laatste afdaling bereiken we in Fort William het officiële eindpunt van ons wandelavontuur, met gemengde gevoelens. Vreugde omdat het ons gelukt is 154 km met backpack op te wandelen. Nostalgie (dan al!) omdat het avontuur voorbij is en we al bijna weer naar Nederland terug moeten. Gelukkig komt één van onze Duitse trailmaatjes uit een pub naar buiten; er staat een pint bier voor ons klaar! 

Praktisch

Doordat de West Highland Way grotendeels over goed begaanbare paden gaat en bewegwijzerd is, is hij ook voor de beginnende wandelaar geschikt. Ben je geen fan van kamperen? Overnacht dan in lokale hostels, B&B’s of hotels. Er is zelfs bagagetransport beschikbaar op de route. De beste reisperiode is maart tot en met mei of september en oktober. De paden zijn dan een stuk rustiger dan in de zomer en bovendien zijn de midges (vervelende prikvliegjes) dan niet (zo) actief. 


REACTIES


LEES MEER...

OVER TRAVEL DIARIES

ABOUT TRAVEL DIARIES