Vier seizoenen in één dag op de East Highland Way

In Schotland kennen ze vier seizoenen in één dag’ hoor ik vaak. Dat werd tijdens mijn meest recente avontuur bevestigd. We liepen de East Highland Way, 132 km van Fort William in de Hooglanden naar Aviemore in de Cairngorms, van zomer naar poolwind.

Fotograaf:Paulien van der Werf

Dag één

Gekleed in alle kleding die we mee hebben, lopen we door de sneeuw het dorp Kingussie in. Een oude vrouw krijgt bijna een hartverzakking als ze ons ziet. Uit de grote backpacks op onze rug trekt ze de conclusie dat we net uit de bergen komen. Of we echt vannacht in die sneeuwstorm in de bergen geslapen hadden? Inderdaad mevrouw, het was zeker afzien. 

Vijf dagen eerder begon ons avontuur in Fort William. In onze T-shirts liepen we de Hooglanden in, onder een strakblauwe hemel en met het zweet op onze hoofden en ruggen. Het was eind april, maar het voelde als een zomerdag. De geur van de stukken zomerse heide contrasteerde met restanten sneeuw op de bergtoppen. Vanaf onze eerste wildkampeerplek langs de route genoten we van een kleurige zonsondergang terwijl we ons bakje instant pasta gretig leegaten.

Dag twee

De donkere luchten die de volgende dag continu boven ons hoofd hangen, zorgen voor een koelere temperatuur dan gisteren. Kale heuvelhellingen zijn nu verruild voor sprookjesachtig, frisgroen berkenbos. Het voelt alsof er elk moment kabouters of elfen op de met mos bedekte bosbodem kunnen verschijnen. Door een roestig hek verlaten we dit bos, om in een open veld met schapen terecht te komen. Her en der passeren we een schaap dat in staat van ontbinding op het pad ligt. We hebben al twee dagen bijna geen mens gezien, en met alle dode schapen en verlaten schuren voelt het hier alsof de mensheid compleet vertrokken is. ’s Nachts kamperen we in een bos aan een meer (ofwel: een loch), met om ons heen niets dan water en heuvels. Geen ontspanningsapp kan op tegen het tikken van de regen op de tent en het gedruppel van de regen in het loch.

Dag drie

‘Koekoek, koekoek’, klinkt het de volgende ochtend en even waan ik me terug in de tijd, in het huis van mijn opa en oma. Maar dit is geen klok, dit is een levensechte koekoek die vindt dat het tijd is dat wij aan onze volgende etappe beginnen. We zijn nu in de back-to-basics mood: wildplassen met uitzicht over het loch, drinken uit de beken en niet raar opkijken als we teken in onze kop thee vinden. We wandelen door verlaten, bruinige heuvels met weids uitzicht, gevolgd door tien kilometer door Corrour Forest. We zien niets dan dennenbomen, dennenbomen en nog eens dennenbomen. Daarna volgt een lange afstand langs een uitgestrekt loch omringd door bergen, eindelijk hebben we weer uitzicht. Oude dennen torenen hoog boven ons uit en ik voel mezelf een kabouter. Een zwaar vermoeide kabouter, want we kunnen aan het eind van de dag geen plek vinden voor onze tent. Nadat we anderhalf keer verder gewandeld hebben dan gepland, vinden we een sprookjesachtige plek aan een strand. Vlak voor de volgende regenbui koken we ons avondmaal en kruipen we snel in onze slaapzakken, lekker droog en warm.

 

 

Dag vier

De volgende ochtend word ik gelukkig weer uitgerust wakker. De geur van natte bosbodem dringt de tent binnen en geeft me motivatie voor weer een dag wandelen. Het is af en toe zoeken naar de route, maar de smalle paadjes zorgen voor een aangename afwisseling met de brede paden van eerdere dagen. Nadat we het dorpje Laggan passeren, gaan we nog verder de wildernis in. Hier loopt geen pad, maar de routegids vertelt dat we in deze richting de vlakte over moeten. Ploeteren door de heide maakt de avonturier in mij helemaal blij. We lopen langs een ruïne van wat ooit een succesvolle boerderij was, totdat de dochter van de eigenaar een onwettelijk kind kreeg en de man uit schaamte besloot te vertrekken. Verder is er geen teken van leven in deze ongerepte wildernis. Een straffe wind waait ons om de oren en de zomerse start van ons avontuur zijn we al  vergeten. Na dik een uur dwalen over heide zien we een klein huisje staan. Dalnashallag bothy, een oude berghut die openbaar toegankelijk is en waar we die nacht slapen. 

Dag vijf

“Kijk Yos, een sneeuwvlokje”, zeg ik bijna stuiterend van opwinding tegen mijn wandelmaatje, zonder te weten dat een paar minuten later miljarden sneeuwvlokken ons het uitzicht zullen ontnemen. Bij gebrek aan een wandelpad volgen we een schapenpad langs de rivier. We blijven continu in beweging, want zelfs met al mijn meegebrachte kleren over elkaar heb ik het koud. In dit afgelegen, ruige gebied is geen schuilplek te vinden, dus zit er niets anders op dan doorlopen zonder pauzes. Ik ben opgelucht en teleurgesteld tegelijkertijd als we het ruige gebied inruilen voor een geasfalteerd pad tussen weilanden. In het dorp Newtonmore nemen we een rustpauze in het openluchtmuseum, terwijl buiten de bergen witter en witter worden. We besluiten toch de heuvels in te lopen tot we een geschikte wildkampeerplek vinden. We vinden een grasvlakte vol schapen en besluiten hen die nacht gezelschap te houden. De haastig opgezette tent blijkt tijdens de eerste hagelbui niet strak genoeg te staan, waardoor het doek inzakt. We schuiven tussen de buien een metertje op zodat de tent rechter staat. We staan hier vol in de wind en Yos ligt op een graspol. Gelukkig blijft de tent beter staan tijdens de volgende hagel- en sneeuwbuien. 

Dag zes

Zelfs mijn dikke winterslaapzak kan niet op tegen de vrieskou, dus om half zes sta ik al buiten de tent om me heen te kijken. Yos leest ondertussen op haar telefoon dat we in een arctic front beland zijn. Erg verbaasd zijn we niet: we staan in winterwonderland te rillen door de poolwind. De zon komt langzaam op en kleurt de hemel oranje, een mooi contrast met de blauwwitte laag sneeuw op de heuvels. Om warm te worden, besluiten we snel te vertrekken. Zon en sneeuwbuien wisselen af en op het pad ligt een vers laagje sneeuw. Wanneer we de mevrouw in Kingussie ontmoeten, zijn onze ledematen ijskoud en besluiten we in het openbaar toilet een pauze te nemen. Nog nooit heb ik zo genoten van de warme lucht uit een handendroger. Regenbuien vervangen de sneeuwbuien, waardoor we het, in combinatie met de poolwind, nog kouder krijgen. We eindigen de dag in een warm zonnetje aan Loch Insh, waar aan niets meer te zien is dat er in de afgelopen 24 uur zoveel sneeuw viel. Vier seizoenen in één dag, alweer. 

Dag zeven

De zevende, vrijwel geheel droge, dag van onze wandelreis is ook meteen de laatste. Na dagenlang vrijwel geen mensen zien, is de toeristische stad Aviemore een schok. Totaal overprikkeld kijk ik om me heen. Zoveel mensen! En auto’s! En geluid! Zes en halve dag in de wildernis hebben me compleet gereset en geweldige herinneringen opgeleverd, maar het warme bed in het hostel voelt toch als een cadeautje. 

Dit artikel gaat over:

Voor het laatst bijgewerkt op: 02.10.2020