Een reis door de tijd in het zuiden van Ierland

Steencirkels, standing stones, ringforts en ruïnes van huizen die verlaten zijn in de tijd van de aardappelziekte. De Ierse geschiedenis zie je overal terug in de Beara Peninsula. Dit is dé bestemming voor iedereen die van geschiedenis, ruige landschappen en verlaten wegen houdt.

Een reis door de tijd in het zuiden van Ierland by Paulien van der Werf

Paulien van der Werf

Fotograaf:Paulien van der Werf

De Beara Peninsula ligt aan de Zuidwestkust van Ierland. Over het midden van deze landtong loopt een bergrug en de kust bestaat uit rotsen en zandstrand. De eerste tekenen van bewoning stammen uit 3000 v.C., en ik kan me voorstellen dat het ruige landschap hier sinds die tijd niet veel veranderd is. Uitgestrekte groene hellingen, met her en der stukken kale rots tussen het gras. Dichte dennenbossen groeien langs de oevers van de baai, hogerop de heuvel zie je vooral geel bloeiende struiken. En daartussen grote, rechtopstaande stenen, steencirkels en ruïnes die ons vertellen over de Ierse geschiedenis. Ik neem je mee terug in de tijd.  

Neolithische graven

De eerste overblijfselen van menselijke bewoning die je terugziet in de Beara Peninsula, stammen uit het neolithische tijdperk (4000-2400 v.C.). Door Ierland verspreid zie je zogenaamde Megalithic Tombs, stenen graven zoals de hunebedden in Drenthe. Op Beara zie je vooral Wedge Graves, een variant op onze hunebedden; twee of meer grote, platte stenen die op hun zijkant geplaatst zijn en zo de wanden vormen van het graf, dat afgedekt wordt door een grote platte steen. Zo willekeurig als deze stenen in frisgroene weilanden verspreid staan, lijken ze bijna niets bijzonders, maar als je bedenkt dat mensen die stenen daar zo’n vijfduizend jaar geleden vakkundig op elkaar gestapeld hebben… dan voelen mijn 27 levensjaren op deze planeet echt onbeduidend.

Steencirkels uit de bronstijd

Het is vrijwel onmogelijk door dit landschap te rijden en niet minstens één cirkel van hoge, rechtopstaande stenen tegen te komen. Deze zijn gemaakt door mensen die in de bronstijd, tussen 2400 en 500 voor Christus, leefden. Of het de bouwers nou om de lichtval of het uitzicht ging: de steencirkels staan op de prachtigste locaties. Vrijwel allemaal hebben ze water en bergen op de achtergrond en schapen die rondom de indrukwekkend zware stenen grazen. Het blijft mij, en vele onderzoekers, verwonderen hoe mensen zonder moderne machines deze stenen zo hebben kunnen plaatsen. Wat precies de functie van de steencirkels is, weten we niet.

Onderzoekers denken dat de plaatsing van de stenen in een steencirkel niet willekeurig is. De langste dag van het jaar, 21 juni, speelt daarin een belangrijke rol. Op die dag zie je vanuit de ingang van de steencirkel de zon namelijk precies boven een cairn(berg stenen) in de verte opkomen. Het zonlicht valt vervolgens precies tussen de twee stenen van de ingang door op de grote steen in het midden van de cirkel. Aan het eind van de langste dag gaat de zon achter een standing stone (rechtopstaande steen) onder, achter een kale rotspunt in de verte. Volgens de onderzoekers is het geen toeval dat de steenhoop, de stenen van de steencirkel en de rotspunt een rechte lijn met elkaar vormen, omdat soortgelijke verhoudingen ook teruggezien worden in andere steencirkels. Dit intrigeert mij enorm: waarom was die langste dag zo belangrijk voor die mensen? En wat gebeurde er vroeger op die dag? Werd er misschien een offer gebracht op de grote steen in het midden? Vierden ze een feestje, zoals de Zweden dat tegenwoordig ook nog doen?

Boerderijen uit de ijzertijd

Ik ben opgegroeid in Groningen en keek wat raar op toen ik de Ierse variant van een Groningse terp zag. Een verhoging in het landschap, omgeven door een geul, met daarop de overblijfselen van bebouwing. De Kelten die in de ijzertijd (500 v.C. tot 432 n.C.) leefden, woonden in kleine gemeenschappen rondom deze zogenoemde ringforts. Men denkt dat het bouwwerk vooral voor bescherming zorgde, maar hij zou (daarnaast) ook spirituele betekenis kunnen hebben. In latere tijden werd geloofd dat het ongeluk bracht om de grond van de ringforts voor landbouw te gebruiken en werden de bouwwerken in de volksverhalen gezien als huizen van de dwergen. Je zou dus denken dat je nog veel ringforts zou vinden in deze omgeving, maar wij kwamen er slechts één tegen, in de Bonane vallei. Compleet met gras overgroeid, maar als je wat beter kijkt is het onmiskenbaar dat de vorm van deze heuvel door mensenhanden gemaakt is. Het is niet moeilijk voor je te zien hoe dieren en kinderen samen speelden op de relatief grote ommuurde (binnen)plaats, terwijl hun ouders hard werkten om iedereen in leven te houden.  

Engelse macht en mislukte aardappeloogsten

De tijd van ringforts wordt opgevolgd door roerige tijden van bekering tot het Christendom, plunderingen door Vikingen en het ontstaan van de nu grootste steden van Ierland. Stukken Ierland kwamen in eigendom van verschillende koningen, waarna er ruzie ontstond en de Engelse paus ingeschakeld werd. Deze paus gaf de macht rond het jaar 1100 over Ierland aan een Engelse koning, die vervolgens heel Ierland probeerde te veroveren. Daar was de Ierse bevolking het niet mee eens, en bloederige opstanden volgden. Een paar eeuwen later, in 1789, besloot de Engelse regering om Ierland in het Verenigd Koninkrijk op te nemen, in de hoop meer conflicten te voorkomen. Veel Iers land was in handen van de Engelsen en het graan dat daar verbouwd werd door de Ieren, werd geëxporteerd naar Engeland. De arme Ieren zelf leven van de aardappels die ze telen en niet exporteren. Die afhankelijkheid van één enkel gewas blijkt gevaarlijk als in tussen 1845 en 1847 de aardappeloogst drie keer mislukt. Deze periode die ook wel de Great Famine genoemd wordt en kost anderhalf miljoen Ieren het leven. Minstens zoveel van hun landgenoten voelden zich gedwongen te emigreren naar de Verenigde Staten en Australië.

Hoewel Ierland nu onderdeel was van het Verenigd Koninkrijk, kwam er geen hulp van de andere kant van de zee. Er was voldoende graan, vlees en zuivel beschikbaar, maar dit bleef allemaal geëxporteerd worden naar Engeland. In de Beara Peninsula woonden voor de Great Famine 39.000 mensen, nu zijn dat er minder dan zesduizend. Je vindt over de peninsula verspreid dan ook vele ruïnes van voormalige woonhuizen. De eens zo stevige muren zijn afgebrokkeld en zijn begroeid met varens. Vaak kun je nog goed de indeling van de woning zien en kun je je bijna niet voorstellen dat in die kleine ruimtes ooit een groot gezin met vee woonde. Het voelt vreemd dat wij, op slechts een paar honderd meter van de plek waar mensen eeuwen geleden massaal uithongerden, in een pub uitgebreid zaten te dineren en bespraken hoe lekker ‘verlaten en stil’ dit deel van Ierland is.

De Bonane vallei in de Beara Peninsula

De geschiedenis van Ierland en Beara is goed vertegenwoordigd in Bonane vallei. Tegenwoordig vormen de standing stone, steencirkel, ringfort en ruïne uit de hongersnoodtijd in deze vallei samen het museum. Hier kun je goed zien hoe de verschillende bouwwerken zich ten opzichte van elkaar bevinden. Staande in de steencirkel voelde ik me een nietig onderdeel van de geschiedenis. Zullen we ooit weten of al deze bouwwerken met opzet op één lijn stonden met een ander bouwwerk of landschapselement? En als dat zo is, waarom was die ene rotsige heuveltop dan zo bijzonder? En waarom was de langste dag van het jaar zo’n speciale dag? Op vele van deze vragen zullen we waarschijnlijk nooit een antwoord vinden, en dat voelt best speciaal in een tijd waarin Google op alles een antwoord lijkt te hebben.

Dit artikel gaat over:

Voor het laatst bijgewerkt op: 22.10.2020