Wandeltip: 160 kilometer door de Belgische Ardennen

Op de Transardennaise, een 160 kilometer lange wandelroute in Wallonië, maak je kennis met het beste van de Ardennen. Uitgestrekte loof- en naaldbossen, vergezichten over glooiende heuvels, kabbelende beekjes en pittoreske dorpjes. Ik liep de zeven etappes van deze langeafstandsroute die bekend staat als één van de mooiste van België.

Wandeltip: 160 kilometer door de Belgische Ardennen by Paulien van der Werf

Paulien van der Werf

Fotograaf:Marleen Annema

‘Hier is geen dokter, geen apotheek, geen supermarkt, geen café…’, zo begint de oude mevrouw op haar stoel langs de weg haar opsomming over alles wat er niet te vinden is in haar dorp. Wat ze wél heeft, laat ze achterwege: uitgestrekte bossen rond haar huis, straten vol natuurstenen huizen met leistenen daken en een stilte zoals je die op weinig plekken op de wereld nog vindt.

Samen met mijn goede vriendin en fotograaf Marleen begin ik mijn Transardennaise-avontuur een paar dagen eerder in La-Roche-en-Ardenne, een dorp zo’n 70 kilometer ten zuiden van Luik aan de oevers van de Ourthe. De kasteelruïne die boven het dorp uittorent, is een populaire trekpleister voor toeristen. La-Roche heeft vierduizend inwoners, die vrijwel allemaal in de toerismesector werken. Ze staan achter de toonbank van één van de vele kleine winkeltjes in de hoofdstraat, verhuren kajaks of mountainbikes of werken in de horeca. De avond voor vertrek komen we aan in La-Roche-en-Ardenne, zodat we de volgende dag goed uitgerust van start kunnen gaan.

Paulien met een wandelkaart van de Transardennaise in haar hand

Etappe 1: van La-Roche-en-Ardenne naar Lavacherie (27 km)

Met brandende kuiten staan we na een half uur wandelen al uit te hijgen op een heuvel. De eerste klim is gelijk een steile, en we maken ons lichtelijk zorgen met nog 158 kilometer te gaan. Kunnen onze ongetrainde Nederlandse benen dit wel aan? Gelukkig hoeven we geen zware tassen te tillen, omdat onze bagage voor ons van hotel naar hotel vervoerd wordt. Perfect geregeld door Europaventure. Daardoor kunnen we met lichte rugzakken op pad. We lopen dagelijks 17 tot 27 kilometer, en overnachten in hotels en bed en breakfasts langs de route.

Met vuurrode hoofden lopen we verder het bos in. Het smalle, oneffen pad wordt omgeven door loofbomen en varens met frisgroene bladeren. Het paars van het vingerhoedskruid vormt de enige afwijking van het groen. Vanuit het bos lopen we een breed grindpad tussen glooiende, groene heuvels op. Hier grazen gespierde koeien met hun kalveren, die ons van achter het hek nieuwsgierig gadeslaan. In de bermen groeien bloemen in alle kleuren van de regenboog, die als voedsel dienen voor vele zoemende insecten.

Wandelen tussen de koeien en weilanden

In de verte zien we een kerktoren boven een paar daken uitsteken: het is het dorpje Lavacherie, onze bestemming voor vandaag. De huizen in de dorpen zijn gebouwd met natuursteen in vele tinten beige en bruin. Ze hebben donkere, leistenen daken, witte vitrage achter de ramen en strak gemaaide gazons. Onze beenspieren protesteren hevig na 20 kilometer heuvelop en -afwandelen. We halen dan ook opgelucht adem wanneer we achter de kerk ons rozegeverfde hotel, Auberge de Lavacherie, zien verschijnen. De eerste dag van dit soort trektochten vind ik altijd het zwaarst, maar geen haar op mijn hoofd die spijt heeft dat ik hieraan begonnen ben.

Een collage: links Paulien wandelend door weilanden. Rechts: het dorpje Lavacherie

Etappe 2: van Lavacherie naar Saint Hubert (19 km)

In de regen lopen we over paden die overgroeid zijn met varens en andere frisgroene, lage planten, terwijl we worden ingehaald door ‘De Poncho’s’: twee Vlamingen in een blauwe en gele poncho die dezelfde route lopen. Druppels parelen aan de uiteinden van de bladeren en het tafereel doet – afgezien van de temperatuur die rond de tien graden ligt – denken aan een tropische jungle. De bossen en glooiende weilanden zijn hier verlaten, op enkele koeien en schapen na. Een paar kilometer verderop lopen we tussen de hoogste dennenbomen die we in de Benelux ooit gezien hebben. Lange, kale stammen met pas hoog in de boom de eerste takken en naalden. Deze etappe weerspiegelt de veelzijdigheid van terrein in de Ardennen.

Wandelaars in de natuur

 Wandelen door de bossen van Wallonië

Uit het regengordijn duikt aan het eind van de dag de basiliek van Saint Hubert op. Een groot, grijs gebouw met twee torens en een klok met gouden wijzers. Saint Hubert is niet alleen geliefd bij pelgrims, ook jagers komen hier graag. Volgens de lokale legende werd lang geleden een jager genaamd Hubert hier bekeerd door een hert met een lichtgevend kruis in zijn gewei. Hubert stond vanaf die dag bekend als de ‘bekeerde jager’. Er werd van hem gezegd dat hij hondsdolheid kon genezen en na zijn dood werd hij heiligverklaard tot Sint Hubert. Het naar hem vernoemde stadje wordt in de herfst drukbezocht door jagers uit alle windstreken, en toeristen die genieten van wildmenu’s in culinaire restaurants.

Etappe 3: van Saint Hubert naar Nassogne (27 km)

Aan het begin van de derde etappe verdwalen we direct, omdat de geelwitte markering hier ontbreekt of heel goed verstopt zit. Nu komt het op mijn niet-zo-perfecte kaartleesvaardigheden aan. We doorkruizen het bos, als we in de verte een diep gegrom horen. We lopen behoedzaam verder en ik vraag me af wat voor dier zo’n angstaanjagend geluid maakt. Aangekomen bij de bosrand en de eerste geelwitte markering zien we een gespierde, brommende stier, die met zijn hoef over de grond schraapt en zijn hoorns in het zand op de grond slaat. De koeien uit het andere weiland staan geïnteresseerd te kijken naar zijn hitsige optreden. Hij ziet eruit alsof hij elk moment uit kan breken, en ons wandeltempo schiet omhoog. Gelukkig komt hij ons niet achterna, en is een ree het enige dier dat die dag ons pad kruist.

Een collage: links een wandelkaart, rechts uitzicht over bossen

We verlaten het dennenbos voor lage begroeiing op een heuveltop. De zon schijnt fel op onze blote armen en we horen alleen zachtjes het geritsel van dieren tussen de varens langs het pad. Op sommige stukken is de aarde vers omgewoeld door zwijnen op zoek naar insecten en wortels. Eenmaal terug in de koelte van het bos, nemen we pauze op een brug boven een rustig kabbelend beekje. Wat een rust heerst hier.

Over een asfaltweggetje dalen we af naar Nassogne. We passeren een met watervogels beschilderde watertoren. Ik wijs naar de zwarte ooievaar. Die zagen we gister nog voorbij zweven. Later die avond herenigen we ons met De Ponchos en eten we gezellig samen aan de grote tafel in de verbouwde boerderij in Ardense stijl: la Ferme de la Seigneurie. Gereedschap, melkflessen en houten werktuigen aan de muur herinneren aan vergane tijden. Ik krijg een steeds beter beeld van hoe het leven er hier een paar honderd jaar geleden uit gezien heeft.

Een pony

Etappe 4: van Nassogne naar Mirwart (17 km)

Mijn reismaatje Marleen heeft pijn in haar achillespees, en besluit de vierde etappe over te slaan. Dat betekent dat ik de relatief korte etappe alleen ga ondernemen. Althans, dat is het plan. De eerste kilometers loop ik in gezelschap van De Poncho’s in hun karakteristieke outfit. We lopen over boerenpaden langs glooiende weilanden. Boven de bossen in de verte stijgt waterdamp als wolkjes tussen het groen op. De weilanden die niet begraasd worden door schapen, staan vol met afwisselend witte en paarse klaver. Her en der staat een jachtpost verstopt tussen hoog gras en varens. Nadat ik een paar kilometer met een Vlaamse medewandelaar gelopen heb, besluit ik de rest van de route alleen af te leggen. Zo kan ik in alle rust genieten van het ruisende geluid van het dichte bladerdek boven mijn hoofd.

Uitzicht over glooiende weilanden in de Ardennen

Etappe 5: van Mirwart naar Daverdisse (22 km)

Gelukkig houdt Marleen me de volgende etappe weer gezelschap. We lopen door de vallei van de Marsoult, een rivier die bekend staat om de vele beekforellen. Ons pad volgt de beek, die stilletjes door afwisselend dennenbos en loofbos stroomt.

Aan de andere kant van de bossen van deze vallei vinden we het boekendorp Redu. Vrijwel alle winkels in dit kleine plaatsje verkopen (tweedehands) boeken. Een vrouw rookt een sigaret tussen de antieke stripboeken in haar winkel. Een dorpsbewoner die wel wat weg heeft van Vader Abraham steekt in zwaar Frans accent een lang verhaal tegen ons af over ezels, wandelen, de omgeving en in de bloei van zijn leven staan. Twee uur later sta ik tot mijn knieën in de rivier de Lesse, omgeven door loofbos waardoor een laag zonnetje schijnt. Ik besef dat ook ik in de bloei van mijn leven sta. Ik voel me gelukkig, zorgeloos en gezond.

Een collage van rivier de Lesse omringd door loofbomen

Na een laatste klim heuvelop bereiken we het viersterrenhotel, Le Moulin de Daverdisse, waar we overnachten. Op een perfect gemaaid gazon aan een kabbelende beek zitten De Poncho’s al met een wijntje in de hand. Ook wij worden snel voorzien, onder de aanmoediging ‘wijnen, wijnen, wijnen’ van de fans van de reality show Chateau Meiland. Dit is het goede leven, concludeer ik als ik ’s avonds languit met een boek in bad lig.

Etappe 6: van Daverdisse naar Paliseul (21 km)

Onze benen wennen langzaam aan de heuvels, merk ik als ik de volgende dag zonder pijntjes een steile heuvel heb beklommen. Onder een strakblauwe hemel wandelen we langs schilderachtige huizen. Natuurstenen muren, luiken aan de ramen, klimplanten die tegen de gevel op groeien en een bistroset in een kleurrijke tuin. Zwaluwen vliegen vlak over onze hoofden en de eerste teken verzamelen zich op mijn sokken.

Schattige huizen in de Ardennen

Ondanks dat het zondag is, zijn de kerken verlaten. Het hele dorp zit in de tuin te barbecueën. De geur doet me watertanden en niet veel later eet ik mijn lunch in de schaduw van het bos. Kalveren kijken nieuwsgierig toe vanachter het hek. Via een houten bruggetje steken we een ondiep watertje over in het loofbos. We zouden graag even pootjebaden, maar daar is het te ondiep voor. Even verderop komen we een bredere beek tegen, waarvan de oevers met brandnetels begroeid zijn. Ook hier kunnen we niet pootjebaden. Maar plotseling zien we twee blauwe flitsen over het water schieten. IJsvogels! Wat een traktatie van de natuur.

De laatste kilometer van deze etappe staat in schril contrast met het groene paradijs. We lopen langs een drukke weg langs huizen met grauwe muren en dichte gordijnen. Het dorp Paliseul is een stuk minder sfeervol dan de kleinere dorpjes die we eerder passeerden. Gelukkig is onze herberg, La Hutte Lurette, een gezelligere plek, zeker als blijkt dat De Poncho’s onze buurmannen zijn. In de tuin achter de herberg genieten we van een warme maaltijd. De zon zakt achter de bomen terwijl wij smullen van ons cheescakedessert. Ik realiseer me hoe ontspannen ik ben na 136 kilometer wandelen door de natuur.

Etappe 7: van Paliseul naar Bouillon (27 km)

En dan is de laatste dag op de Transardennaise echt aangebroken. Omdat onze voedselvoorraad geslonken is tot één mandarijn, één beurse appel en twee onrijpe nectarines, lopen we via een alternatieve route naar een dorp met een supermarkt. De supermarkt blijkt tot onze verbazing zonder uitleg gesloten, ook al staat op internet en op het bordje op de deur dat hij geopend zou zijn. Gelukkig zijn daar onze reddende engelen: De Poncho’s. Regelmatig hebben ze opgetreden als tolk, apotheker en cheerleader en nu vullen ze onze handen met het extra eten dat ze bij zich hebben. ‘Hoe zouden jullie deze reis hebben kunnen doen zonder ons?’, vragen ze zich hardop af.

Samen met de mannen slingeren we over een pad met links dennenbos en rechts loofbos. De route leidt ons vervolgens tussen varens door die hoger zijn dan wij, en al snel zie ik alleen nog de cowboyhoed van één van de mannen boven het groen uitsteken. Het is een warme dag, en de koeien drukken zich samen in de schaarse schaduw onder de enkele boom in hun weiland.

Vanaf een 31.6 meter hoge uitkijktoren hebben we voor het eerst uitzicht op het stadje Bouillon: ons eindpunt. Ik besef me met een weemoedig gevoel dat de volgende kilometers de laatsten zullen zijn van een geweldig avontuur. Zigzaggend wandelen we de laatste steile heuvel af tot we de brug bereiken waarover we Bouillon inlopen. Ons avontuur komt hier, na 160 kilometer en zeven dagen wandelen, tot een einde. Hoewel mijn lichaam toe is aan wat dagen rust, wil mijn hoofd niets anders dan verder doorlopen. Het voelt alsof er al veel te snel een einde is gekomen aan een avontuur dat me zo’n sterk gevoel van verbondenheid met oude en nieuwe vrienden en de natuur bracht. In de taxi terug naar onze auto in La-Roche-en-Ardenne zit ik alweer te dromen over alle soortgelijke wandelroutes die ik wil lopen, want deze tocht smaakt absoluut naar meer.

Uitzicht over Bouillon

Deze reis werd mogelijk gemaakt door Visit Wallonië, een ideale streek voor een lange of korte vakantie dichtbij huis. Zelf naar op avontuur in dit gebied? De website van Wallonië België Toerisme is dé plek om inspiratie op te doen voor een bezoek aan de Belgische Ardennen. Je vindt er informatie over steden en dorpen, attracties en bezienswaardigheden, gratis wandel- en fietsroutes, activiteiten en accommodaties. 

Dit artikel gaat over:

Voor het laatst bijgewerkt op: 22.10.2020