Op safari in de parken van Tanzania

Hele dagen giraffen, zebra’s en olifanten spotten. Op zoek gaan naar de big five. In slaap vallen in een tent, vlakbij leeuwen en hyena’s ’s. Samen met mijn oudtante, ook wel Bibi genoemd in het Swahili, vlieg ik het land tegemoet waar mijn grote droom in vervulling komt. Ik ga op safari in Tanzania.

Op safari in de parken van Tanzania by Ellen van der Aa

Ellen van der Aa

Fotograaf:Ellen van der Aa

“Op een dag liepen een rangervriend en ik samen terug naar de tent, toen we oog in oog stonden met een hele groep mbogos (buffels) die op vijftig meter afstand stonden te loeren. Nog geen minuut later stormde een buffel op ons af. Mijn rangervriend ging op de grond liggen, want dan komen de trappen iets minder hard aan en kan de buffel je niet in een keer knock-out schoppen. Mijn vriend kreeg wel tien trappen in zijn zij. Ik pakte stenen van de grond en schreeuwde naar hem alsof ik nog gevaarlijker was dan een buffel. De buffel rende weg, terwijl de ambulance mijn vriend tien minuten later vervoerde naar het ziekenhuis voor een spoedopname. Tot op de dag van vandaag kan mijn beste rangervriend nog steeds niet lopen,” vertelt onze gids Hamidu van Ranger Safaris Ltd. Dat moment besef ik dat een buffel een van de gevaarlijkste dieren in het wildlife is. Had ik al verteld dat ik tien minuten voordat Hamidu dit verhaal vertelde naar het toilet in de Ngorogoro-krater ging waar een buffel op vijftig meter afstand stond te loeren? 

Tanzania kenmerkt zich door weidse, afwisselende en zeer indrukwekkende landschappen. Met haar magnifieke nationale parken en diversiteit aan wild is het Oost-Afrika op haar best. Dan hebben we het nog niet over de besneeuwde Kilimanjaro gehad die boven het hele land uittorent. Het land is ruim 22 keer zo groot als Nederland en daarmee het grootste land van Oost-Afrika. Ik neem jullie mee op safari door vier van de magnifieke nationale parken van Tanzania!

1. Lake Manyara National Park

Om half acht ‘s ochtends sta ik paraat om op safari te gaan. Mijn rugzak gevuld met flesjes water en een kartonnen lunchbox in mijn hand. Tijd voor onze eerste game drive! Lake Manyara National Park ligt in een kloof van de Great Rift Valley. Nadat onze ranger Hamidu de entree tot het park geregeld heeft, rijden we een paradijselijk oerwoud vol apen binnen. De baboons heten ons welkom bij hun thuis. Op een gegeven moment wordt het woud minder bebost en belanden we in een steppegebied rond het meer. Waterbokken, gnoes en zebra’s leven hier samen met flamingo’s, pelikanen en honderden andere vogelsoorten. We zetten de jeep stil voor een meer vol nijlpaarden om het schouwspel van gesop, geplons en gegaap van de nijlpaarden van dichtbij mee te maken. Ook spotten we hier de eerste simbas (leeuwen) van onze safari. “Leeuwen zijn mijn lievelingsdieren, als ik die een dag niet zie, ben ik niet blij”, zegt Hamidu. Ik laat alle indrukken tot me doordringen en krijg het gevoel alsof ik midden in The Lion King ben beland. Dit smaakt naar meer!

2. Serengeti National Park

Aangezien de Serengeti even groot is als België (ongeveer 30.000 km2) nemen we twee dagen de tijd om game drives te maken door het beroemdste wildpark ter wereld. Het Masaiwoord ‘siringet’ betekent ‘eindeloze vlaktes’. En of het dat waren! De hele dag over onverharde weg hobbelen, op zoek naar wildlife, een kleurenpallet van zachte gele kleuren die de zon aan het einde van de middag laat veranderen in een oranje gloed. Dagenlang zonder huizen, industrie, files en druktes die we in Nederland gewend zijn. Een uniek beeld dat op je netvlies gebrand staat. Niet te vergelijken met andere wildparken. Driemiljoen dieren op eindeloze savannes. Dit is een stuk puur natuur! Vier leden van de Big Five kom je hier ongetwijfeld tegen. De beschermde neushoorn is helaas bijna niet te zien. In de maanden juni en juli vindt de jaarlijkse migratie plaats. Kuddes gnoes en zebra’s slingeren in een rij van veertig tot vijftig kilometer op zoek naar de groene grasvlaktes in het zuidoosten van de Serengeti. 

“Willen jullie honderden nijlpaarden zien?”, vraagt Hamidu ons. “Uh, oké!”, antwoorden we vol verwachting. Binnen tien minuten staan we naar een meer vol nijlpaarden te kijken. Hoewel het best saaie (maar wel héél gevaarlijke) dieren zijn en in het water op rotsen lijken, staan we er een half uur naar te kijken. Een moment waarop ik me gezegend voel dat ik dit met eigen ogen mag zien. Ik realiseer me hoe mooi moeder natuur is. We overnachten in de Serengeti in een tentenkamp in de middle of nowhere. We zitten met alle reizigers rondom het kampvuur, dineren onder de sterren en ’s nachts horen we het gebrul van leeuwen naast onze tent. Als je ’s avonds naar de tent wilt, loopt er een ranger met je mee voor het geval je oog in oog komt te staan met een hyena. 

3. Ngorongoro krater

Voor de game drive door de Ngorongoro-krater zet ik de wekker om half zes. Er is mij namelijk verteld dat het wildlife in de Ngorogorokrater vooral ’s ochtends actief is. Door de schemering rijden we de bergen in, om vervolgens zeshonderd meter te dalen en het grootste natuurlijke amfitheater ter wereld te betreden. Miljoenen jaren geleden is de vijf kilometer hoge vulkaan ingestort en is dit safariwalhalla ontstaan, dat sinds 1979 op de UNESCO Werelderfgoedlijst staat. Op een kleine oppervlakte (20.000 m2) leven relatief veel dieren, wat zorgt voor een kleurrijk gezicht. De krater is de thuisbasis voor zo’n 450 hyena’s, zeventig leeuwen en negenduizend zebra’s. Om maar te zwijgen over alle mooie vogels in de lucht. Ook verbaast het mij hoe groen deze krater is. Landschappen wisselen af met blauwe wateren. Als we een kleine bushbush inrijden, verrassen olifanten ons die verkoeling zoeken in het water. “Een groep leeuwen heeft een gnoe gedood”, zegt Hamidu waarna we op zoek gaan naar de andere rangerjeeps om het te aanschouwen. “De leeuwinnen jagen op de prooi, terwijl de leeuwen soms wel twintig uur per dag liggen te rusten. De welpjes blijven altijd bij de leeuwinnen”. Als we nu nog napraten over de safari, hebben we altijd over dé leeuwen, waarbij mijn oudtante en ik het hele beeld weer voor ons kunnen halen. En geloof mij, Hamidu’s dag was héél erg goed!

4. Tarangire National Park

Het laatste park waar we een bezoek aan brengen, is het Tarangire National Park, een minder toeristisch natuurreservaat. Aan Baobabbomen geen gebrek hier! Zodra we het park inrijden, komen we oog in oog te staan met zo’n bizar mooie Baobabboom. “Als we vandaag geen honderd olifanten zien, krijgen jullie de helft van jullie geld terug”, klinkt het vanuit de bestuurdersstoel. Hamidu vertelt ons dat het Tarangirepark het thuis is van olifanten die rond het middaguur verkoeling opzoeken. Dit doen ze bij de Tarangirerivier, die zijn weg baant door een glooiend landschap met een rode aardekleur. Het landschap in dit park wijkt sterk af van de andere parken. Op de heuvels staan gele acacia’s hand in hand met palmbomen. Voor de laatste keer zien we nog alle soorten wildlife voorbijkomen en we komen bijna ogen tekort! Van leeuwen tot luipaarden en van zebra’s tot giraffes. Bij de lunchplek zie ik een groep schoolkinderen zitten die vrolijk liedjes zingen. Zij gaan hier op schoolreisje om alles te leren over de dieren en het park, zoals wij vroeger naar Artis gingen. Aan bavianen is er geen gebrek bij de lunchplek. Terwijl ik mijn lunch uitstal op de picknicktafel en een gekookt eitje pel, kom ik oog in oog te staan met een baviaan die binnen een seconde mijn banaan in zijn handen heeft. 

Mijn droom om op safari te gaan in Afrika is uitgekomen dankzij mijn oudtante die mij deze reis cadeau gaf. Als de wieltjes van het vliegtuig van de Tanzaniaanse grond af zijn, kijk ik uit het raampje en weet ik dat het geen vaarwel is, maar een tot ziens. Kwaheri Tanzania!

Dit artikel gaat over:

Voor het laatst bijgewerkt op: 24.10.2020