Off-grid in de Milford Sound

Dolfijnen spelen met de boeggolf. Kippenvel van een waterdruppelgordijn. Dotjes wolken voorbij zien kruipen op het topje van een berg. Dit allemaal, terwijl we zijn weggesneden van de bewoonde wereld. We dompelen ons drie dagen onder in de schoonheid van de Milford Sound, het bekendste fjord op het Zuidereiland van Nieuw-Zeeland.

Fotograaf:Roberto Saltori/Unsplash

Toiletpapier en eten voor drie dagen. Check. Is de brandstoftank vol? Yes. Vuilwatertank en toilet leeg? Check. De watertank is tot de nok gevuld. Correct. Is er voldoende gas voor de kooktoestelletjes? Mijn vriend, Connor, knikt bevestigend. Tevreden leg ik het stuk papier weg en kijk uit het raam. Ik zie boerderijen omgeven door weilanden. Struiken met gele bloemetjes. We rijden op de Milford Sound Highway in Noordelijke richting. Naar het eind punt van de route 94.

Foto: Hien Nguyen/Unsplash

Ik hoor geruis van autobanden op het asfalt. De wind suist rond ons busje. Waar de cabine zojuist gevuld werd met onze stemmen, is het nu stil. Vol verbazing kijk ik naar de horizon. Een oneindige leegte strekt zich tussen de bergen uit. Connor parkeert ons busje naast de weg. We stappen uit. De Eglinton Valley in. Het gele gras verschiet van kleur door de overtrekkende wolken. We staan tussen twee rijen bergen. Groene hellingen stijgen op vanuit het enorme veld. Grillige toppen krijgen karakter door de stukken onaangeraakte sneeuw. In de verte komen de bergen samen. Daar waar we de komende dagen zullen vertoeven. Het lijkt wel of er geen weg kan zijn. Een ondoodringbaar gebied, nauwelijks aangeraakt door de mensheid. 

Foto: Charlotte van der Wateren

De volgende ochtend bedekken wit-grijze wolken de lucht. Vandaag staat een deel van de Routeburn Track, een van de greath hikes in Nieuw-Zeeland, op de planning. Met als eerste stop de Key Summit. We lopen door een vochtig bos. De takken in de schaduw zijn bedekt met licht groen mos. Het heeft wat weg van dikke worsten-pootjes. In dit sprookjesachtige bos horen we ook het gekras van de Kea. Bij elk geluid houd ik even stil. Enthousiasme welt in mij op. Ik speur het bladerdak af, op zoek naar deze inheemse bergpapagaai. Na een tijdje is het raak. Met zijn groen bruine veren is hij perfect gecamoufleerd. De vogel zit ongeveer vijf meter van het pad. Ongedeerd knaagt het dier met zijn gekromde snavel aan een tak. Stukjes barst vallen geluidsloos op de bosbodem. Als de vogel weg vliegt, zie ik diep rood onder zijn vleugels. Met een grijns op mijn gezicht zet ik mijn volgende stappen.

Foto: Charlotte van der Wateren

Bovenop de Key Summit, draai ik met uitgestoken armen een rondje op mijn voeten. Ik zie alleen maar bergen en een dal gevuld met dotten. De sillhouetten aan de horizon verkleuren van donkerblauw, grijs naar zwart. Rechts van ons steekt een bergkam parmantig de lucht in. Grijze afgestompte bergtoppen, die overvloeien in groene hellingen. Aan de linkerzijde strekt het dal zich verder uit. Met daarachter een muur van grillige toppen. Een ijzige wind steekt op. Het draagt mistflarden met zich mee, die ons uitzicht voor een paar minuten wegnemen. Een enorme bulderende energie komt los in mijn lichaam, wanneer ze wegdrijven. 

Met een vlotte pas wandelen we naar de tweede stop, de Earland Falls. Tussen de sprookjesachtige bomen worden we opeens bedolven door een miezerregen. We klimmen via de zogeheten flood detour naar de droge kant van de waterval. Daar leg ik mijn hoofd in mijn nek. Over het randje van de zwarte klif maken duizende druppeltjes een vrije val. Ze vervliegen en laten een nevel achter. De wind heeft hier vrij spel en maakt dat de vorm continu veranderd. Zonder enig woord te wisselen, kijken we minuten lang naar dit schouwspel. 

 

Foto: Charlotte van der Wateren

Op onze laatste ochtend rijden we richting het dropje Milford Sound. Via de Homer Tunnel banen we ons een weg door zwart gesteente. Deze 1,2 km lange eenbaansweg ruikt vochtig en heeft elke vijf meter een geel licht. Grote gaten in het asfalt maken de rit een spannende uitdaging. Even zijn we terug in de tijd. Aan de andere kant rijden we letterlijk uit een gat in een enorme grijze muur. Dunne watervalletjes trekken hier verticale strepen op. 

Nog geen half uur later zijn we in Milford Sound. De weg stopt bij de ferry terminal. Er is een grote parkeerplaats, een toeristen informatie en een rij met boten. Tussen de toeristen informatie en het bos zijn een paar zielige huisjes weggestopt. Geen supermarkt, geen benzine pomp, geen telefoonverbinding. Dit is letterlijk het einde van de weg. 

Als de zon tussen de wolken door prikt, varen de boten in een stoet uit. Ze klieven geruisloos door het water tussen de immens hoge bergen. Op het dek loopt iedereen onrustige heen en weer. Gevolgd door lustig geklik. In stilte zitten wij op een houten banken. Kijkend naar de voorbijdrijvende bergwanden. Ze torenen boven ons uit en zijn zo groot, dat we de schaal ervan verliezen. Een mannenstem verbreekt dit moment en vertelt ons dat er bottlenose dolfijnen gespot zijn. Ik snel naar het voordek. Met mijn voeten op de kikker en mijn buik op de witte preekstoel kijk ik naar donker blauwe water. Aan elke kant van de boeg zwemmen twee dolfijnen. Al snel volgen er meer. Als bewakers blijven ze perfect in de stroomlijn van de boot. Door het heldere water kan ik zelfs de schrammen op de leverkleurige huid tellen. Ondertussen vullen Oeh en Oh kreten de dekken. Uit mijn ooghoek zie ik dolfijnen uit het water springen. Het is een feestje voor het oog en brengt een vreugde bij alle opvarende. 

Foto's: Charlotte van der Wateren

Ook de bezoeken aan watervallen brengt enige commotie. Vier reizigers gewapend met regenkleding worden bedolven onder het naar beneden kletterende water. Ze gieren het uit van het lachen. Met nat bedropen haren stappen ze grijnzend de stroom uit. Bij de laatste waterval, valt het water schuin boven mijn hoofd van de rotsen. In de lange val vervliegen de deeltjes. Zachtjes landen ze op het wateroppervlak. Waarna een cirkel van zwevende minidruppels recht op mij af komt. Kippenvel staat op mijn armen. 

Vol met indrukken stappen we ons busje in richting de bewoonde wereld. Vergezichten schieten aan ons voorbij, waar ik bijna geen oog meer voor heb. Als we door het gat in de muur rijden, vertelt Connor mij dat hij toch wel erg uit kijkt naar een warme douche.

Dit artikel gaat over:

Voor het laatst bijgewerkt op: 02.10.2020