Gratis kamperen in Nieuw-Zeeland doe je zo

Met een zelfvoorzienend Toyotabusje gaan we op zoek naar de meest bijzondere kampeerplekken in Nieuw-Zeeland. Wij zijn Nederlanders, dus graag gratis! Veel regels maar ook veel mogelijkheden komen gaandeweg op ons pad.

Gratis kamperen in Nieuw-Zeeland doe je zo by Charlotte van der Wateren

Charlotte van der Wateren

Fotograaf:Charlotte van der Wateren

Het is begin mei. Mijn vriend en ik rijden met de werkauto het volle Auckland uit. De zon schijnt. Een koele herfstbries speelt met mijn haren. Huizen maken plaats voor glooiende heuvels, bezaaid met schapen en een aantal boerderijen. Ik voel een lichte ontspanning door mijn lichaam stromen. Toch ben ik in mijn hoofd nog in Auckland. Bij het grijze zelfvoorzienende Toyota busje dat ik op Facebook voorbij zag komen. Ik tuur uit het raam. Het landschap schiet voorbij, al neem ik het niet op. 

In gedachte zie ik een tweepersoonsbed, ingebouwd achter de stoelen van het kleine busje. Bij de achterklep staat aan de linkerkant een chemisch toilet. Aan de andere kant is er een wasbakje met pomp en kraantje, waarmee je water uit de drinkwatertank kunt pompen. Onder het wasbakje bevindt zich de afvalwatertank. Uiteraard is er ook een afsluitbare afvalbak. Op de achterklep is een blauwe stikker met icoon van een zelfvoorzienend voertuig geplakt. Dat is alles wat nodig is volgens de Nieuw-Zeelandse regelgeving (NZS 5465) voor een zogeheten zelfvoorzienend voertuig. Even later fantaseren we samen over de mogelijkheden. Ik vertel mijn vriend over de aankoop van mijn Nederlandse kennissen. Zij hebben een zelfvoorzienend busje op de kop weten te tikken voor 2500 NZD. “Het grootte gros van de backpackers verlaat Nieuw-Zeeland vanwege de naderende winter. Meer en meer busjes worden te koop aangeboden. Het aanbod is hoog en de vraag is laag, waardoor de prijzen kelderen”, praat ik haar na. 

063d06b3-9ee9-491b-a2d2-8e2a9eaa9509.jpeg

Halverwege onze weekendbestemming besluiten we de verkoopster van het Toyota busje een berichtje te sturen. We slaan een willekeurige afslag in. Op deze niet-geasfalteerde weg komen we een picknicktafel tegen. Het geeft uitzicht op een vallei. Naast ons staan alpaca’s achter een kniehoog hekje naar ons te turen. Binnen tien minuten hebben we antwoord, met de vraag wanneer we het busje komen bekijken. Het antwoord terug luidt: ‘Vandaag?’. Vol spanning eet ik mijn lunch op. Ik voer de alpaca’s lang gras dat buiten hun bereik staat. Gretig duwen ze elkaar weg voor het beste plekje om uit mijn hand te eten. Pling pling, klinkt het. Ik kijk naar de gezichtsuitdrukking van mijn vriend, maar kan er niets vanaf lezen. Als hij mij glimlachend aan kijk, weet ik dat we een busje op de kop gaan tikken.  

4a53ed5b-074d-4aba-9712-c0d913a95ff6.jpeg

Een maand later vertrekken we voor het eerste weekendje weg met ons busje richting het schiereiland Coromandel. We gebruiken de kampeerapps, CamperMate en WikiCamp NZ, waar verschillende gratis campings voor zelfvoorzienende voertuigen worden weergegeven. Wij kiezen een camping aan de oceaan in Tararu. Het is vrijdagavond en pikdonker wanneer we arriveren. We vinden een vlak plekje. Moe van de werkweek vallen we beide als een blok in slaap. Bonk Bonk, hoor ik in de verte. Verward open ik mijn ogen. Ik zie de gordijnen vol bloemen, volkswagenbusjes en vredestekens. Een streep daglicht komt al onder het gordijn onze slaapruimte binnen. Bonk Bonk, klinkt er wederom op mijn raam. Ik kijk naar mijn vriend. Met slaap in zijn ogen, kijkt hij mij vragend aan. Ik maakt de gordijn naast mijn hoofdkussen los en schuif het raampje open. Het daglicht stroomt de ruimte binnen. Ik zie het silhouet van een man. Hij praat tegen mij, maar mijn hersenen registeren niet wat hij zegt. Zijn T-shirt heeft een logo van de lokale gemeente erop. Nogmaals herhaalt hij wat hij zegt: “Je mag hier niet staan. Je moet parkeren op de aangewezen plek.” Hij wijst naar een plek op de zanderige parkeerplaats waar een viertal campers netjes naast elkaar geparkeerd, met nog geen meter tussenruimte. Aan beide kanten van de rij campers staat een blauw boordje met een witte pijl richting de aangewezen plek. Ik kijk naar hem. “Moeten we nu verplaatsen?” Hij kijk mij geïrriteerd aan en zegt: “Ja, als mijn collega komt, dan geeft hij je een boete van 200 NZD.” Ik bedankt de man. Even later staan ook wij netjes geparkeerd tussen de witte pijlen.

In Oktober is het eindelijk zo ver. Na negen maanden werken, verlaten we Auckland en rijden we de schoonheid van Nieuw-Zeeland tegemoet. Een maand later doen we Wanaka aan en stuiten we op een zogeheten Service Hub. Dit is een ruimte speciaal ingedeeld voor zelfvoorzienende voertuigen om het toilet te legen, het afvalwater en je afval te dumpen. Je kunt er ook drinkwater krijgen. Het belangrijkste van allemaal: er zijn gratis warme douches. De Service Hub-medewerker maakt een praatje met elke nieuwe kampeerder. Zo raken wij aan de praat met Richard. Deze vlotte jongeman vertelt ons dat elke streek zijn eigen regels heeft wat betreft wildkamperen. In sommige streken is wildkamperen niet toegestaan, maar mag je overnachten op de aangewezen ruimtes van de gratis campings. Dit geldt bijvoorbeeld in Auckland, The Catlins en Fiordland. In andere streken mag je wildkamperen in bepaalde delen van de streek. Richard vertelt dat wildkamperen de bebouwde kom van Wanaka en Queenstown is toegestaan, zolang er geen verbodsbordje. Ik kijk hem met grote ogen aan en denk aan een lay-by, waar we langsreden.   

Die avond overnachten wij op het stuk grind naast de doorgaande weg. We hebben een uitzicht van 180 graden over Lake Hawea. Een langwerpig meer, waarachter grillige bergen uittorenen. Ik luister naar het geluid van golven, gekwetter van vogels en ruisend riet. Af en toe scheurt er een auto voorbij. De ondergaande zon trekt schaduwen op de flanken van de bruine bergen.  ’s Ochtends word ik wakker door de eerste zonnestralen. Ik stap met mijn blote voeten in het grind en rek mij uit. Mijn lichaam wordt omhuld door de ochtendkou. Het vergezicht grijpt mij. Een gevoel van rust en verwondering vult mijn lichaam. Al snel vergezellen toeristen ons om luid klikkend en pratend foto’s te maken van het natuurschoon. Desondanks fantaseer ik over de wildkampeerplekken die in het verschiet liggen. 

1326cb52-ca98-43f9-9501-909d0ae988a0.jpeg

In Fiordland, Te Anau, zijn er geen gratis campings. Voor een kleine vergoeding mogen we op Andy’s land staan. Het is een groot grasveld met picknicktafels en afvalbakken. Geen toilet. Er hangt een boord bij de ingang met de tekst: ‘Gebruik jouw eigen chemische toilet, niet mijn landgoed’. Ik lig in ons busje en kijk over het gras uit naar een aantal bruine paarden. De hoge dennenbomen wiegen in de wind. In mijn ooghoek zie ik een vrouw uit haar bus stappen. Ze blijft om zich heen kijken terwijl ze naar de andere kant van de bus loopt. Door de ruiten van de bus, zie ik haar hoofd wederom schichtig heen en weer gaan. Dan zakt ze door haar hurken. Ik zie alleen het gras aan de andere kant van haar bus. Even later komt ze weer tevoorschijn. Snel loopt ze om de bus en verdwijnt naar binnen. Uit haar kontzak hang een stuk wc-papier. 

In Queenstown overnachten wij op het Crown Rage Road Summit Carpark. Het uitzicht op de stad en de omliggende bergketens is adembenemend. Hier staan alle busjes zij aan zij op de zanderige parkeerplaats. Onze buren, twee mannen, staan naast de auto hun tanden te poetsen. Na enkele minuten legen ze hun mond in de lage gele struiken. Dit alles terwijl ze een zelfvoorzienend voertuig hebben met toilet en wasbakje erin. Ik voel een lichtelijke irritatie in mij opwellen. 

664cc3ed-deba-48e1-8e6f-e0bdd8824932.jpeg

Na een wandeling langs het meer van Lake Tekapo, maak ik mijn lunch in de achterkant van ons busje. We staan op een parkeerplaats met uitzicht op het turquoiseblauwe meer. Een aantal reusachtige bomen geven de nodige schaduw. Naast ons parkeert een witte jeep met gemeentelogo erop. Een jonge man met netjes getrimd baardje stap uit. Hij knoopt een gesprek aan over gratis campings en wildkamperen. Ik ben wat twijfelachtig, want de regels in deze streek geven duidelijk aan dat wildkamperen niet getolereerd wordt. Gisteren vonden we na een half uur hobbelen op een onverharde weg de enige gratis camping. Het gesprek neemt een verassende wending. Hij pakt een plattegrond van het dropje uit zijn auto. Met een sterretje geeft hij de gratis camping, waar we gisteren overnacht hebben, aan. Met een tweede sterretje geeft hij een andere gratis camping aan. 

Ook deze camping is naast een rivier. Ik kijk hem enthousiast aan. “Het is altijd leuk om op een nieuw plekje te overnachten”, zeg ik. Hij kijkt mij denkend aan. Kort daarna begint hij druk te tekenen. Zo’n vijftien kilometer buiten het dorpje, maakt hij een plattegrond van een route buiten de geasfalteerde wegen. “Dit is een stuk gemeentegrond, waar normaal schapen grazen. Eigenlijk mag ik niemand hiernaartoe verwijzen, maar dit is mijn favoriete kampeerplek. Het is bovendien perfect voor het sterrenkijken, daar staat de streek immers bekend om”. Een half uur later staan we op een veld met half lang gras. Ik lig op mijn blauwe yogamatje. Mijn vriend zit op een groene campingstoel. In stilte kijken we naar het uitzicht. Het turquoiseblauwe meer. Overal om ons heen bergketens. Kippenvel loopt over mijn lichaam. Ik breek de stilte fluisterend. “Wat een geluk hebben wij met deze prachtige plek.” Mijn vriend knikt en staart verder. 

f49fb026-cf8b-471c-8d6a-ac33bc53a51d.jpeg

Dit artikel gaat over:

Voor het laatst bijgewerkt op: 22.10.2020