Tussen hemel en hel op Mount Rinjani

Tientallen lichtjes dansen langzaam de duistere nacht in. Ze vormen een haag van dronken vuurvliegjes die dezelfde koers volgen, allemaal met één doel: de top van deze actieve vulkaan bereiken. Dat blijkt gemakkelijker gezegd dan gedaan.

Tussen hemel en hel op Mount Rinjani by Ann Cools

Ann Cools

Fotograaf:Ann Cools

Nergens ter wereld zijn er zoveel vulkanen als in Indonesië. Bij het plannen van mijn reis naar deze uitgestrekte eilandenarchipel in de Indische Oceaan stond het beklimmen van één van die majestueuze natuurverschijnselen dan ook bovenaan mijn wishlist

Mount Rinjani, dat wordt 'm. Deze 3726 meter hoge vulkaan ligt in het noorden van Lombok en is de tweede hoogste van Indonesië. Tijdens de driedaagse trekking klim je naar de top, daal je af naar het kratermeer en kan je heerlijk relaxen in warmwaterbronnen. Challenge accepted!

Fysieke test 

In het schijnsel van de broeierige zon zet ik mijn eerste stappen op Mount Rinjani. Na enkele uren wandelen in een dorre omgeving houden we halt om te lunchen. Ik kijk naar boven, naar de eindeloos lange weg die nog moet komen, en het begint me te dagen dat het een helse tocht zal worden. Op dat moment klinkt Bob Marley op de achtergrond: "no woman, no cry". Sorry Bob, ik kan niks beloven. 

Onze gids haalt me uit m'n dagdroom en serveert de heerlijke lunch die bestaat uit een gele curry met aardappel en ananasbloempjes als dessert. De dragers nemen amper rust en zetten de tocht door het oranjegele landschap voort. Ze dragen een ronde houten balk van ongeveer anderhalve meter lang, met aan weerszijden een rieten mand die tot op de nok gevuld is. Met niets meer dan een paar afgeleefde flipflops aan hun met kloven bezaaide voeten, stappen ze behendig verder op het oneffen pad.

Waarom heb ik mezelf dit aangedaan, vraag ik me meermaals af. Het gaat nu steil omhoog en de ondergrond bestaat alleen nog uit los zand en stenen. Ik trek me op aan elke boomwortel en tak om zo de druk op mijn brandende kuiten te verlichten. Ik vreet oreo's en energierepen alsof mijn leven ervan af hangt en voel me steeds wanhopiger worden.

Dichte bewolking steekt de kop op en geeft het landschap een grillig uitzicht. De temperatuur is inmiddels zodanig gezakt dat mijn met zweet doordrenkte topje voelt als een nat badpak, dat dringend aan vervanging toe is. Het stoffige zand maakt hier gretig gebruik van en bedekt elke vierkante centimeter tot ik er uitzie alsof ik net uit een modderbad kom.

Na eindeloos geploeter en gevloek kom ik compleet uitgeput aan op de kraterrand. De gids en drager stellen meteen de tenten op, graven een putje voor onze sanitaire behoeften en beginnen te koken. Ik bewonder hun kracht en energie, wetende dat de tocht voor hen nog veel zwaarder is.

Mentale beproeving

Om half twee ‘s ochtends komt de gids ons alweer wekken. "Hello, you awake? Leave in thirty minutes, okay? You want tea?Yes, please! Het is koud op 2600 meter boven de zeespiegel en de top van Mount Rinjani bevindt zich nog 1100 meter hoger. Met mijn warmste kleren aan en een zaklamp in de aanslag spreek ik mezelf moed in.

Tientallen lichtjes dansen langzaam de duistere nacht in. Ze vormen een haag van dronken vuurvliegjes die dezelfde koers volgen, allemaal met één doel: de top van deze actieve vulkaan bereiken. Het pad gaat steil omhoog en bestaat uit niets meer dan los, vulkanisch zand. Elke stap vooruit wordt steevast gevolgd door twee stappen achteruit. Letterlijk. Het voelt alsof je de processie van Echternach opvoert op een metershoge duin.

Na wat een eeuwigheid lijkt, komen we aan op het tweede en makkelijker deel van de tocht. Geen zand meer, maar rotsen. Niet meer klimmen, maar stappen. Minder fijn is de genadeloze noorderwind die als een gek over de bergkam raast. De gids zegt dat het te koud is voor hem en hij stuurt ons alleen verder. Geen probleem volgens hem, er is immers maar één weg naar boven.  

Langs rotswanden die ons beschermen tegen de wind, lopen we oostwaarts de zonsopgang tegemoet. Het wordt steeds lichter en wat eerst makkelijk leek, begint nu toch spannend te worden. De bergkam versmalt tot een anderhalf meter breed weggetje met aan weerszijden een afgrond. Er is geen houvast meer, geen bescherming tegen die verraderlijke wind. Angst en wanhoop overmannen me, ik kan het niet beter omschrijven dan acute hoogtevrees. Ik probeer me te herpakken, maar als ik kijk naar wat er nog voor ons ligt – een onbeschut, glad pad en een steile helling naar de top – geef ik het gevecht tegen de wind op. Toegeven dat ik niet verder durf gaan, voelt als een teleurstelling en verademing tegelijkertijd. Een luide snik ontsnapt nog voor ik het goed en wel heb uitgesproken.

Met een rode neus en blauwe handen dalen we een stukje af, op zoek naar een veilige plek om alsnog van de zonsopgang te genieten. Leunend tegen een rots smul ik van een bijna bevroren chocoladereep. Ik haal m'n camera tevoorschijn en trotseer de kou om de prachtig oranje zon die langzaam boven de horizon glijdt, vast te leggen.

Een wereld zien ontwaken op pakweg 3000 meter hoogte, is onbeschrijflijk. Wolken sluimeren rondom Mount Rinjani en geven een mysterieuze toets aan het landschap. De top werpt een lange schaduw over het kratermeer en de kegelvormige vulkaan Barujari, die rustig zijn ochtendsigaret rookt. Als natuurliefhebber is dit echt genieten, de ultieme beloning na een zware inspanning.

De laatste loodjes

Water? Check! Koeken? Check! Camera? Check! Het laatste deel van de driedaagse trekking is aangebroken. Deze keer beginnen we met afdalen, maar liefst zeshonderd meter, om 's namiddags terug omhoog te klimmen tot op de kraterrand. 

We klauteren voorzichtig naar beneden over en tussen grote rotsblokken. Mijn kleine gestalte speelt me parten; ik moet me van de rotsen laten afglijden tot ik met de tippen van mijn tenen weer vaste grond voel. Het is een tactisch spelletje, waarbij je steeds opnieuw de veiligste en gemakkelijkste route voor jezelf moet uitstippelen. Rechtse voet op de platte steen, linkse voet in de kleine kloof, rechterhand tegen de wand en linkerhand op de uitpuilende kei. Ik zit alweer gebeiteld voor een ritje op de trein der traagheid terwijl de gidsen en dragers met potten, pannen, eten en drinken bergafwaarts huppelen. 

Na enkele uren komen we aan bij het kratermeer Segara Anak. Sommige locals duiken vrolijk het water in, terwijl anderen hun hengel uitgooien en nog anderen de vaat schoonmaken. Het wateroppervlak rimpelt onder invloed van een briesje dat nu en dan de kop opsteekt. Met afval wordt niet zo nauw omgesprongen, wat overigens op de kraterrand ook het geval is. Achtergelaten vuil troept samen aan de oevers van het meer, maar het omringende landschap wordt er niet minder indrukwekkend op.

Waarom? Daarom.

De terugweg is vermoeiend, maar mijn lichaam is intussen gewend aan de inspanning. Stramme spieren zijn de norm geworden, zo lijkt het. En het krappe koude tentje, met het verwaarloosbaar dun slaapmatje, voelt als thuis. Het is verbazingwekkend hoe snel je westerse idee van comfort van je afglijdt en hoe fijn het voelt om eens een paar dagen letterlijk van de radar te verdwijnen. 

De avond valt en wat valt die mooi op de Rinjani. De zon zakt zienderogen en tekent een mooi reliëf op de wolkenmassa die langzaam voorbij glijdt. 

Het gouden uurtje wordt snel gevolgd door duisternis. Een duisternis die miljoenen sterren aan de hemel onthult. Ik beleef een wauw-moment wanneer ik de Melkweg zie opdoemen van achter de berg. De frustratie over mijn fysieke conditie die duidelijk te wensen overlaat en de teleurstelling om het niet bereiken van de top, maken plaats voor dankbaarheid.

Een prachtige zonsopgang, zonsondergang én de Melkweg, allemaal op één dag en op meer dan 2600 meter hoogte. Een unieke ervaring, fysieke uitdaging, mentale opkikker en bovenal een onvergetelijke herinnering, dat is Mount Rinjani.

Dit artikel gaat over:

Voor het laatst bijgewerkt op: 22.10.2020