Agnes Water and Fraser Island

Agnes Water/Hervey Bay, 01/02/2018

Happy New Year! Wat vliegt de tijd, zeg. Het jaar 2017 heeft grotendeels in het teken gestaan van mijn tijd in Australië, en het idee dat dat nu alweer achter me ligt, is best raar. Gelukkig kan ik zeggen dat ik het jaar in stijl heb afgesloten. Tja, Australië is dan ook niet de slechtste plek op aarde om de decembermaand in door te brengen.

Na onze dagen op de Whitsundays reden we van Airlie Beach door naar Agnes Water. Dit was niet echt een plek die we per se wilden bezoeken, maar we moesten ergens een overnachting nemen aangezien Hervey Bay, onze volgende bestemming, nog een behoorlijk eind rijden was. Het werd een erg lange en avontuurlijke rit (denk: bijna lege tank in the middle of nowhere) en eenmaal aangekomen in Agnes Water bleek ons plan om spontaan een camping uit te zoeken niet zo’n succes. Vanwege de Holidays was alles volgeboekt, en het leek erop dat er niets anders op zat dan de camper ergens langs de weg neerzetten om daar de nacht door te brengen.

Langs de weg spotten we de ene na de andere dode kangoeroe, maar levende kangoeroes hadden we nog niet veel gezien (tot grote frustratie van mam en Kim, die een kangoeroe moesten en zouden hebben gezien voordat ze weer uit Australië zouden vertrekken). Terwijl we wat door Agnes Water crossten in de hoop op een campingplaats, staken er opeens twee de weg over. Helemaal happy maakten we flink wat foto’s, waarna we besloten om nog één laatste poging te wagen om een slaapplek te vinden. Kim had ergens gelezen dat er een kangaroo sanctuary was waar je ook kon overnachten, maar we hadden zo onze twijfels. Bij het sanctuary aangekomen, leek er inderdaad weinig te zijn. Kim en ik liepen een paadje omhoog terwijl pap en mam in de camper een Plan B bedachten. In eerste instantie zagen we alleen mango-bomen en het was zo stil dat we de krekels in de bomen konden horen. We wilden ons alweer bijna omdraaien, tot we opeens een kangoeroe in het open veld naast het pad zagen zitten. Met een joey in haar buidel! En naast die ene kangoeroe zagen we er nog een stuk of drie. We besloten toch maar het pad af te lopen en eenmaal boven aangekomen, bleek daar inderdaad een camping te zijn. Er stonden hoogstens tien anderen, maar wij hadden mazzel: we konden hier een plekje krijgen. En dan komt het mooiste van alles nog: overal om ons en onze camper heen huppelden kangoeroes. Het bleek dus echt een kangoeroe-opvang te zijn, voor de baby’s (joeys) van aangereden kangoeroes. En wij stonden daar midden tussen! Overbodig om te zeggen dat we ons prima vermaakt hebben met het bekijken, aaien en het maken van foto’s van deze beestjes, en dat het nog lastig was om ons zelf hier weg te slepen om ergens wat te gaan eten, laat staan toen we de dag erna weer moesten vertrekken.

We gingen namelijk door naar Hervey Bay, waar we onze Oudejaarsavond zouden doorbrengen. Het was weer een flink eind rijden, en eenmaal aangekomen regende het pijpenstelen. Binnen de kortste keren zagen we de camping veranderen in een terrein vol waterplassen. Dat beloofde niet veel goeds voor onze Oudejaarsavond… We besloten om de regen toch te trotseren en te barbecueën als Oudejaarsdiner. Wel overdekt, natuurlijk. Maar toen we zelfs onder de overkapping nog nat werden, besloten we toch maar ons campertje op te zoeken, en bestond de rest van de avond uit spelletjes spelen. Heel anders dan we gewend waren op een avond als deze! Gelukkig gunden de weergoden ons toch wat geluk, want nét voor middernacht werd het droog. We vluchtten dan ook snel de camper uit en volgden de paar mensen die het tot 12 uur vol hadden gehouden (volgens de receptioniste van de camping was dit “een avond net als alle anderen”, en toen we vroegen wat de mensen dan om 12 uur zouden doen,

was het antwoord: “sleeping, probably”). Eenmaal bij het strand aangekomen stond ons zelfs nog een kleine vuurwerkshow te wachten! Al met al een veel betere avond dan we in eerste instantie verwacht hadden, en toch doken we niet al te lang na middernacht weer onze bedjes in.

Om 6.00 de dag erna ging namelijk alweer onze wekker. Na een vlug eerste ontbijtje van het nieuwe jaar werden we opgehaald door een typische Australische ranger. Vandaag zouden we naar Fraser Island gaan! Ook deze keer hadden we weer mazzel voor wat betreft het weer: blijkbaar had het ’s nachts niet meer heel hard geregend, en ook nu was het droog. Met een bus reden we naar de ferry, en vanuit daar voeren we naar Fraser Island. Daar stond ons weer een bus te wachten, maar wel een heel andere dan de vorige: een gigantische, fel groene bus met Four Wheel drive! Hierin zouden we het grootste deel van onze dag doorbrengen. En dat hebben we geweten. Fraser Island is ’s werelds grootste zandeiland, en aangelegde paden zijn er nauwelijks. Dwars door de bossen loopt het ene hobbelpad na het andere, en tijdens de busreis stuiterden we dan ook flink op en neer. Na een uurtje gehobbeld te hebben, bleek de koppeling van de bus het begeven te hebben (blijkbaar kon zelfs dit apparaat het gestuiter niet meer aan), en verhuisden we naar bus nummer twee: een blauwe variant. Daarmee reden we weer verder naar het strand. Dat strand is geen gewoon strand. Het wordt namelijk als snelweg gebruikt, en je mag er maar liefst 80 kilometer per uur rijden. Toch zijn er mensen die zo dapper zijn om midden op die ‘snelweg’ te parkeren met hun stoeltje en hun vishengel, en die er zo dus voor zorgen dat alle auto’s met een noodvaart om hen heen moeten manoeuvreren. Zorgde voor het nodige vermaak voor ons, en voor aardig wat ergernissen voor de chauffeurs. Begrijpelijk.

Halverwege dat strand kwamen we voorbij een plek die afgezet was met wat pionnen. Dat bleek een mini vliegveldje te zijn, vanuit waar twee kleine vliegtuigjes opstegen en weer landden. Eén van de twee enige vliegvelden ter wereld die zich op het strand begeven. En wij besloten om de unieke kans te grijpen om vanaf die plek het eiland te verkennen! Pap werd als een kind zo blij van het idee, Kim en ik wilden absoluut niet achterblijven als pap het wel zou doen, en mam wilde vooral niet alleen achterblijven, want “stel dat wij neer zouden storten”, dan zou zij alleen achter blijven. Met zijn vieren kropen we dus in het mini vliegtuigje en vlogen we over Fraser Island. Vanuit de lucht zagen we het regenwoud, de unieke zandheuvels midden in het woud, prachtige meren en het strand met alle auto’s, die van zo hoog opeens niet meer zo groot leken. Van deze afstand leek het eiland nog veel mooier! Helemaal happy kropen we daarna weer in de bus, waarna het gehobbel weer voort zette, we nog een rondleiding kregen door een deel van het woud, en we aan het eind van de dag afgezet werden bij een prachtig meer met spierwit zand. Net op tijd kwamen we weer terug bij de ferry, want toen viel de regen plots weer met bakken uit de hemel. Hadden we toch weer mooi geluk!

De dag erna vertrokken we weer uit Hervey Bay. We reden richting Noosa, waar we ’s ochtends een lange tussenstop maakten om even flink sportief te doen en over de Everglades te kanoën! We begonnen lachend en vol enthousiasme en pap en ik hielden dat mooi vol in onze kano (ik denk niet dat mam en Kim het leuk zullen vinden als ik vermeld dat het bij hen nét iets minder soepel verliep en er meer gevloekt dan gelachen werd in de kano, dus dat zal ik even achterwege laten). Het enige nadeel van dat kanoën, is dat je het op het moment dat je

bezig bent zó leuk vindt, dat je verder en verder wil varen, maar vergeet dat je vervolgens die zelfde weg ook nog terug moet. En die terugweg was wel even een dingetje. De laatste twee uren kropen voorbij en wij leken ook nauwelijks vooruit te komen. Na maar liefst 16 kilometer gekanood te hebben, waren we uiteindelijk weer terug bij het beginpunt! Onze billen waren bont en blauw van het zitten en we waren allemaal even verbrand en vermoeid, maar o zo happy dat we eindelijk uit het bootje mochten. Hartstikke leuk om gedaan te hebben, en ook hartstikke leuk om vervolgens weer in de camper te zitten en uit te rusten!

We reden verder. Weer een stukje verder naar het zuiden; een stukje dichter bij Sydney, onze eindbestemming. En deze keer zouden we overnachten in Byron Bay! Hier was ik zelf al geweest tijdens mijn Spring Break, en dat beviel me toen zo goed dat ik het graag nog eens aan pap, mam en Kim wilde laten zien. Helaas bleek de reis iets langer dan verwacht, en kwamen we pas in het donker aan. En wederom in de stromende regen. Dat regenseizoen bewees nu toch echt aanwezig te zijn… Die avond in Byron Bay waren we dan ook niet al te happy dat we alwéér een avond in de camper moesten doorbrengen, maar gelukkig was het de dag erna droog. En konden we Byron Bay in! We hadden maar even de tijd, aangezien we niet al te laat weer verder moesten rijden, maar zelfs een uurtje was genoeg om het thuisfront te laten zien hoe leuk Byron is. Deze keer was er een markt die het typische hippie-sfeertje perfect weergaf, en na even hierover rondgestruind te hebben en het dorpje nogmaals verkend te hebben, waren we weer helemaal zen en ready voor heel wat kilometers!

Ondertussen zijn we in Diamond Beach aangekomen. Een klein dorpje met maar liefst twee restaurants: één waarin je alleen Bingo schijnt te kunnen spelen en waarin geen eten wordt geserveerd, en één restaurant dat door paps en mams terecht als ‘vreetschuur’ werd aangeduid. Die laatste werd ons plekkie voor vanavond (het eten was overigens prima), en nu zijn we weer terug op de camping, waar we vannacht ons laatste nachtje in de camper doorbrengen. Morgen rijden we voor het laatst in ons wagentje (zeg maar wagen), en dan hebben we er zo’n 3000 kilometer op zitten in 2 weken tijd. En zijn we weer in Sydney! Ik heb één dag de tijd om ook Kim nog even rond te leiden door ‘mijn’ stadje, waarna de rest alweer naar huis vliegt. Gelukkig heb ik zelf nog een extra dag om afscheid te nemen van Sydney voordat ook voor mij mijn tijd erop zit. Daar denk ik voorlopig nog liever niet aan, dus ga ik nog even met volle teugen genieten van de laatste paar dagen!

Reactions


Making your own travel diary has never been so much fun!

Tell your story

Add stories to your digital diary and determine for each chapter if you want share it or not. Public chapters are converted to a blog that you can share with family and friends.

Add photos

Complete your diary by adding photos to the stories in diffent layouts. Large pictures or small pictures, portrait pictures or landscape pictures. It’s up to you!

Map your travel routes

In addition to photos, you can also add maps to your diary. Drag pins on the map to indicate your location or map your entire travel route.